Numerieke Wiskunde 1

Deze pagina bevat al het materiaal dat nodig is voor het voorbereiden van de tentamens Numerieke Wiskunde 1 in 2004-2005. Let wel: dit zijn de laatste tentamens over het vak zoals dat in 2003-2004 gegeven werd.

Basismateriaal

De basis is het dictaat, waarin zowel de theorie als de opgaven bij het college 2003-2004 zijn opgenomen. Significante errata:
- In pagina 70 regel 9 moet 1/30 + 1/15 vervangen worden door 1/15
- In pagina 70 regel 12 moet 2(1/2)^(k-1).2 vervangen worden door (1/2)^(k-1). De minimale waarde voor k wordt dan 11.
- In pagina 71 regel 12 moet D+U vervangen worden door D+L.

Vereisten voor de tentamens van juni en augustus 2005

Algemeen geldt:

Het gaat erom dat je met de behandelde theorie en technieken op een creatieve manier kunt werken en de ideeën erachter begrijpt. Feitenkennis is natuurlijk onontbeerlijk, maar er wordt niet gevraagd naar technische details of naar het reproduceren van bewijzen. Wat betreft "bewijzen": er kan wel een eenvoudiger theoretische opgave voorkomen waarin zelf iets bewezen moet worden.
De "Terzijdes" in het dictaat, die bedoeld zijn om de stof in een breder verband te plaatsen, behoren niet tot de tentamenstof.
Bij een aantal opgaven in Appendix B wordt soms de theorie wat verder uitgewerkt: als deze opgave niet op de werkgroep behandeld is, dan behoort dit extra stukje theorie niet tot de tentamenstof.
Op de werkgroep is verder nog een aantal MATLAB-oefeningen behandeld. Deze zijn niet op deze pagina opgenomen: kennis van MATLAB behoort niet tot de vereisten voor het tentamen.

Meer in detail:

1. Inleiding:
Plaats en rol van de numerieke wiskunde. Criteria voor numerieke methoden. De verschillende foutbronnen. De rol van foutschattingen. Floating point representatie en de schatting voor de relatieve nauwkeurigheid hiervan. Conditiegetallen en verschillende manieren om hetzelfde te berekenen. Waarom je moet oppassen bij verschillen van vrijwel gelijke getallen.

2. Rode draad en vooruitblik:
Niet.

3. Polynomiale approximatie:
De begrippen interpolatie en extrapolatie. Lagrange-polynomen. Interpolatieformule van Lagrange. Interpolatiemethode van Newton. Foutschatting in Stelling 3.4.1 en Gevolg 3.4.4 (niet die in Stelling 3.4.6). Mogelijk pathologisch gedrag bij verhogen van de graad en behouden van het interval. Niet: paragraaf 3.5 en 3.6.

4. Numerieke integratie en extrapolatie:
De begrippen kwadratuurregel en precisie. Het begrip enkelvoudige kwadratuurregel. Definitie van de middelpuntsregel en trapeziumregel (niet de Simpson-regel, ook niet de precieze uitdrukkingen voor de foutschattingen). Het begrip samengestelde kwadratuurregel. Definitie van de samengestelde middelpuntsregel en samengestelde trapeziumregel (niet de precieze uitdrukkingen voor de foutschattingen). De asymptotiek voor de samengestelde trapeziumregel in Stelling 4.5.6, voor oneindig vaak continu differentieerbare functies (Euler-Maclaurin niet). Het algemene idee achter extrapolatie naar h=0 (zoals in voorbeeld 4.6.4) en de relevantie hiervan voor numerieke integratie. Het kunnen opstellen en berekenen van een Romberg-schema. Kolommen hierin convergeren sneller naarmate ze meer naar rechts staan (niet de precieze gladheidseisen); de Romberg-rij is de diagonaalrij (convergeert i.h.a. zeer snel). Reductie van meerdimensionale problemen naar de eendimensionale situatie.

5. Lineaire stelsels:
De begrippen directe methoden en iteratieve methoden. Berekenen van een LU-ontbinding en de voorwaarden voor de existentie hiervan (Stelling 5.1.8). Oplossen van een stelsel m.b.v. een LU-ontbinding; waarom dit voor herhaalde stelsels beter is dan steeds vegen. Pivoting. Stelling 5.3.2 en het berekenen van een dergelijke Cholesky-decompositie. Bandstructuur en skyline; Lemma 5.3.8 en Gevolg 5.3.9. Double sweep method.
Het idee achter iteratieve methoden na keuze van een splitsing A=N-P. Stelling 5.4.4 (maar niet de foutschattingen). De methode van Jacobi. Strikt diagonaal dominante matrices en de regulariteit daarvan. Stelling 5.4.9 over de methode van Jacobi (maar niet de onderdelen 1 en 2). De methode van Gauss-Seidel. Stelling 5.4.12 over de methode van Gauss-Seidel. Waarom iteratieve methoden niet principieel slechter zijn dan directe methoden en soms zelfs beter.

6. Eindige elementen methode:
Niet.

Bijlage A. Functionaalanalytisch kader:
De begrippen genormeerde lineaire ruimte en de bijbehorende metrische ruimte. Euclidische norm, somnorm en supremumnorm op Rn en Cn. Supremumnorm op C[a,b]. Begrijpen waarom genormeerde lineaire ruimte het natuurlijke kader vormen voor convergentievragen over numerieke methoden. Begrensde lineaire afbeeldingen en de operatornorm. Equivalentie van normen en Propositie A.2.6. Stelling A.3.1, Gevolg A.3.2 en A.3.3. De begrippen spectrum en spectraalstraal. Propositie A.3.7 en Stelling A.3.8. Gevolg A.3.11. Stelling A.3.12 en het navolgende commentaar. Niet: paragraaf A4 en A5.

Bijlage B. Opgaven:
De op de werkgroep behandelde opgaven behoren tot de tentamenstof. Het gaat hierbij om:

1. Nulpunten van reële functies1 t/m 10, 14
2. Fouten en hun doorwerking1 t/m 8
3. Polynomiale approximatie1 t/m 10
4. Numerieke integratie en extrapolatie1 t/m 13
5. Lineaire stelsels1 t/m 13
6. Eindige elementen methodeNiet

Let op: in B.1 wordt de theorie van de bisectiemethode en van de methode van Newton-Raphson ontwikkeld. De definitie en de convergentie-eigenschappen hiervan behoren eveneens tot de tentamenstof (maar niet de precieze intervallen en schattingen in Stelling B.1.11). Dit geldt evenzeer voor de basisideeeën m.b.t. contracties (Opgave B.1.4) en de begrippen a priori schatting en a posteriori schatting.

Oude tentamens

Download hier de tentamens van mei 2003, augustus 2003, juni 2004, augustus 2004 en juni 2005.

Hieronder volgt een aantal links naar tentamens over het college in een oudere opzet, zoals vroeger gegeven door Dhr. van de Griend. Per tentamen is aangegeven welke (onderdelen van) opgaven er ook bij de huidige opzet van het college relevant zijn.

Juni 1998 1, 2a
Augustus 1998 2, 4ab
Juni 19993cde, 5ab
Augustus 19991, 3, 5ab(geen demping)cd
Mei 20002a, 3a(vervang Neville door welke methode dan ook)b, 5
Augustus 20001a, 3ab(geen demping)cdef
Mei 20011ab, 3a(vervang Neville door welke methode dan ook)bc
Augustus 20012, 4

Deze oude tentamens bevatten geen materiaal over lineaire stelsels zoals dat in Hoofdstuk 5 van het dictaat behandeld wordt. Wie de betreffende opgaven uit Appendix B in het dictaat kan oplossen, mag het tentamen wat die onderwerpen betreft met vertrouwen tegemoet zien.

Datum en lokatie

De tentamens zijn op maandag 6 juni 2005 van 14.00-17.00 en vrijdag 19 augustus 2005 van 10.00-13.00. Zonder tegenbericht in het Snellius, zaal ter plekke bekend te maken.

Het gebruik van rekenmachines

Is uiteraard toegestaan.